Weidehommel
Weidehommel
Zie je op een van de eerste zachte dagen van het jaar al een kleine hommel met een oranjerood kontje op de wilgenkatjes? Dan is de kans groot dat het een weidehommel is.
De weidehommel (Bombus pratorum) is een algemene hommelsoort die je vooral aantreft in weilanden, bermen en bloemrijke graslanden. Ook in tuinen met veel bloemen wordt deze hommel regelmatig gezien.
Grootte van de weidehommel
Het is een kleine hommelsoort. Vrouwtjes zijn meestal 10 tot 14 millimeter lang en mannetjes ongeveer 11 tot 14 millimeter. De koningin is groter en bereikt vaak een lengte van 15 tot 18 millimeter.
Verschil mannetje en vrouwtje
Mannetjes herken je aan hun geel behaarde kop en de extra gele beharing op het borststuk. Vrouwtjes, dus de koningin en de werksters, hebben minder geel en een stevigere bouw. Zij verzorgen het nest en kunnen steken. Mannetjes kunnen niet steken. Ze verschijnen vanaf eind mei en zoeken dan een jonge koningin om mee te paren.
Omschrijving
Een nest van deze sociale hommel telt zo’n 50 tot 120 hommels, veel minder dan de 200 tot 300 van de meeste andere hommelsoorten. De soort is vanaf eind februari actief in open landschappen en bezoekt veel verschillende bloemen, vooral in graslanden en natuurgebieden.
Ook koekoekshommels weten de weidehommel te vinden. De vierkleurige koekoekshommel en de gewone koekoekshommel leggen hun eitjes in zijn nest en laten de werksters hun jongen grootbrengen.
Hoe herken je een weidehommel?
De weidehommel heeft een zwart lichaam met gele banden en een oranjerode achterlijfspunt. De beharing is vrij dicht, waardoor hij een zachte, ronde uitstraling heeft. In het veld is hij vaak te zien terwijl hij laag over bloemen vliegt.
Let op bij de mannetjes: die lijken sterk op mannetjes van de steenhommel. Twijfel je, maak dan een foto en laat die herkennen in de app ObsIdentify.
Wijze van nestelen
Weidehommels nestelen meestal bovengronds, bijvoorbeeld in composthopen, struiken en vogelnesten, soms ook onder de grond. Aan het einde van het seizoen, vaak al in augustus, sterft de kolonie uit en overwinteren alleen jonge koninginnen.
Zo help je de weidehommel
De weidehommel heeft een korte tong. Hij haalt zijn nectar daarom het liefst uit open, ondiepe bloemen. Omdat hij zo vroeg vliegt, heeft hij al in maart voedsel nodig. In het vroege voorjaar vindt hij dat op wilg, longkruid en bessenstruiken zoals de kruisbes. Daarna nemen braam, framboos, smeerwortel, ooievaarsbek en witte klaver het over. Zo heb je een bloeiboog die tot in de zomer doorloopt. Kies biologisch gekweekte planten, dan weet je zeker dat er geen gif in zit.
Laat ook een rommelhoek, een composthoop of een stapel takken liggen. Daar zoekt een koningin in het voorjaar graag een nestplek. Meer tips vind je bij Plant zelf.
Zag je een weidehommel? Geef je waarneming door op waarneming.nl, dan telt hij mee in de verspreidingsgegevens van wilde bijen in Nederland. En wil je hommels nog meer helpen, kijk dan bij Adopteer een hommel.
Andere hommels: aardhommel, akkerhommel, boomhommel, steenhommel, tuinhommel. Terug naar alle bijensoorten.
Bronnen: wildebijen.nl, Zuid-Hollands Landschap, bijenlandschap.nl.