Boomhommel
Boomhommel
De boomhommel (Bombus hypnorum) is een van de wilde bijen in Nederland, en een van de eerste die je in het voorjaar ziet. Al vanaf half februari vliegen de koninginnen rond, op zoek naar een holte voor hun nest. Van oorsprong woont de boomhommel in het bos, maar inmiddels is hij algemeen in tuinen, parken en woonwijken in Nederland en Vlaanderen.
Hoe herken je een boomhommel?
De boomhommel is goed te herkennen aan zijn roodbruine borststuk, zwarte achterlijf en witte achterlijfspunt. Door deze duidelijke kleurcombinatie onderscheid je hem makkelijk van andere hommelsoorten. Je ziet hem vaak op bloeiende struiken of snel door de tuin vliegen.
ijkt hij op een akkerhommel? Die is ook bruin, maar mist de witte achterlijfspunt.
Grootte van de boomhommel
De boomhommel is een vrij grote hommel, maar de maat verschilt flink per dier. De koningin is 18 tot 22 millimeter lang, mannetjes zijn 14 tot 16 millimeter en werksters 8 tot 18 millimeter.
Verschil mannetje en vrouwtje
De koningin is het grootst. Mannetjes en werksters lijken sterk op elkaar, al hebben sommige mannetjes ook oranjebruine haren op het voorste deel van het achterlijf. Alleen vrouwtjes kunnen steken.
Vanaf eind mei vliegen de mannetjes rond bij de nestopening, net zo lang tot er een jonge koningin naar buiten komt om mee te paren.
Hoe leeft een boomhommel?
Een boomhommel leeft in een kolonie met één koningin. In het voorjaar legt zij de eerste eitjes, daarna nemen de werksters het verzamelen van nectar en stuifmeel over. Een volgroeide kolonie telt zo’n 80 tot 400 werksters.
Bij warm weer staat er een werkster in de nestopening die met snelle vleugelslagen lucht naar binnen waaiert. Boomhommels zijn niet agressief en steken alleen als je het nest verstoort.
Wanneer zie je de boomhommel?
Nestzoekende koninginnen zie je van half februari tot eind april. De werksters vliegen van begin april tot half augustus, en de jonge koninginnen en mannetjes van eind mei tot eind augustus. Aan het einde van het seizoen sterft de kolonie uit en overwinteren alleen de jonge koninginnen.
Wat eet de boomhommel?
De boomhommel haalt nectar en stuifmeel van veel verschillende planten, zoals wilg, braam, meidoorn, klaver, paardenbloem en lavendel. De wilg bloeit al vroeg in het jaar, precies wanneer de eerste koninginnen gaan vliegen.
Waar nestelt de boomhommel?
Boomhommels nestelen bovengronds, bijvoorbeeld in boomholtes, nestkastjes, vogelhuisjes, spouwmuren of onder dakranden. Het nest bestaat uit waspotjes waarin voedsel en larven worden opgeslagen.
Soms dringt de boomkoekoekshommel (Bombus norvegicus) een nest binnen. Die bouwt zelf geen nest en laat haar jongen grootbrengen door de werksters van de boomhommel.
Een boomhommelnest in je vogelhuisje?
Vliegen er in het voorjaar steeds hommels in en uit je vogelhuisje, dan is het waarschijnlijk een boomhommelnest. Laat het gewoon zitten. Boomhommels steken alleen als je ze verstoort, en na de zomer is de kolonie vanzelf verdwenen. Daarna kun je het huisje schoonmaken voor het volgende seizoen. Lees ook hoe je een hommelnest herkent.
Wat kun jij doen?
Zorg in je tuin of op je balkon voor bloei van vroeg in het voorjaar tot in de herfst: een wilg of krokussen voor de eerste koninginnen, en klaver in het gras. Sonne Copijn van Bee Foundation zegt het zo: “als er een bloeiende plant is, dan beloof ik je, er komt een wilde bij.”
Wil je de boomhommel nog meer helpen? Adopteer een hommel of bekijk de andere bijensoorten.
(Foto door Pieter van Breugel)