Akkerhommel

Akkerhommel

De akkerhommel is de meest algemene hommel van Nederland (wildebijen.nl). Scharrelt er in jouw tuin een bruine hommel langs de bloemen, dan is de kans groot dat het deze soort is.

Hoe herken je een akkerhommel?

Een akkerhommel heeft roodbruine haren op het borststuk en op de punt van het achterlijf. Verder verschilt de kleur sterk per dier en per regio. In het westen van Nederland zijn akkerhommels donkerder, met zwarte haren op het achterlijf. In het oosten zie je vaker lichte dieren met grijze of gele haren (wildebijen.nl). Een witte staart heeft hij niet. Zie je een roodbruin borststuk met een witte achterlijfspunt, dan kijk je naar een boomhommel.

Lichte exemplaren lijken op de moshommel en de heidehommel. Die zijn veel zeldzamer: de heidehommel leeft vooral op vochtige heide en de moshommel is schaars (Bijenstichting). Meer hulp bij het herkennen vind je op hommel herkennen.

Grootte van de akkerhommel

Een akkerhommel is een middelgrote hommelsoort. Een koningin is 15 tot 18 millimeter lang, een werkster 9 tot 15 millimeter en een mannetje 12 tot 14 millimeter (wildebijen.nl, Natuurpunt). De kleinste werksters zijn dus maar half zo groot als hun koningin.

Verschil mannetje en vrouwtje

Bij de akkerhommel zijn de verschillen tussen mannetje en vrouwtje subtiel. Alleen vrouwtjes, dus de koningin en de werksters, hebben een angel (Bijenstichting). Mannetjes verschijnen pas in de zomer, vanaf juli (Natuurpunt), en houden zich vooral bezig met het zoeken naar een partner.

Steekt een akkerhommel?

Zelden. De akkerhommel is zachtaardig en steekt niet snel (Bijenstichting).

Leefwijze en vliegtijd

De akkerhommel is een sociale hommelsoort die vooral voorkomt in open, bloemrijke landschappen zoals akkers, bermen en graslanden, en in tuinen. Een kolonie telt 80 tot 200 dieren (wildebijen.nl). De soort vliegt van half april tot begin oktober, met de meeste dieren van mei tot en met augustus (wildebijen.nl). Bij zacht weer zie je ze nog in november, langer dan de meeste andere hommels (Bijenstichting).

Met een tong van gemiddeld 8,6 millimeter (wildebijen.nl) haalt hij nectar uit bloemen met een diepe kelk, die voor andere bijen moeilijk bereikbaar zijn. Hierdoor speelt de akkerhommel een belangrijke rol bij de bestuiving van planten als rode klaver, bonen en erwten (Natuurpunt).

Hoe herken je een akkerhommel?

De akkerhommel heeft een overwegend zwart lichaam met gele banden en een oranje tot roodbruine achterlijfspunt. Door deze kleurcombinatie is hij goed te onderscheiden van andere hommelsoorten. Je ziet hem vaak langdurig voedsel zoeken uit bloemen.

Wijze van nestelen

Akkerhommels nestelen onder én boven de grond: in oude muizennesten, op de grond tussen mos- en graspollen en soms in een vogelnestkast of schuur (wildebijen.nl, Bijenstichting). Ze bekleden het nest met mos. Het nest bestaat uit waspotjes waarin voedsel en larven worden opgeslagen. Aan het einde van het seizoen sterft de kolonie uit en overwinteren alleen jonge koninginnen. Waar die koninginnen precies overwinteren, weten onderzoekers nog nauwelijks (EIS Kenniscentrum Insecten via bestuivers.nl).

Zo help je de akkerhommel

Een kolonie heeft van april tot in de herfst nectar en stuifmeel nodig. Plant daarom lipbloemigen en vlinderbloemigen die na elkaar bloeien: hondsdraf en witte dovenetel in het voorjaar, smeerwortel, rode en witte klaver, rolklaver en wikke in de zomer, en lavendel (Natuurpunt, Bijenstichting). Laat een hoek met gras en mos ongemaaid, dan heeft hij ook een plek om te nestelen.

(Beeld: Pieter van Breugel)