Wolbij

Wolbij

De grote wolbij (Anthidium manicatum) is een bijzonder type bij dat haar nest bekleedt met zachte haartjes van planten. Ze lijkt wel een klein bouwkundig wonder, zorgvuldig bezig met het verzamelen van “wol” van bladeren en stengels. Deze rustige solitaire bij is een vaste gast in bloemrijke tuinen, en je ziet haar in Nederland vaker in de stad dan in natuurgebieden. In Nederland leven ook de kleine wolbij en de tweelobbige wolbij.

Grootte van de Wolbij

De wolbij is middelgroot en wordt tussen de 1 en 1,8 centimeter lang. Bij de grote wolbij is het mannetje groter dan het vrouwtje. Bij de meeste bijensoorten is dat andersom.

Verschil mannetje en vrouwtje

Het vrouwtje herken je aan de dichte, gele haren onder haar achterlijf, waarmee ze stuifmeel verzamelt. Bij de kleine wolbij zijn die haren wit.

Het mannetje heeft een gele snuit, lange witte haren aan zijn voorpoten en doorns aan het eind van zijn achterlijf. Hij kiest een plek met bloemen uit en verjaagt elk insect dat daar binnenvliegt. Wie niet vlucht, krijgt zijn doorns te voelen. Zelfs hommels raken zo soms een vleugel kwijt. Zo blijven de bloemen over voor de vrouwtjes, en daar wacht hij ze op.

Omschrijving

De wolbij heeft een zwart lijf met gele vlekken langs de zijkant, waardoor ze wat op een wesp lijkt. Haar naam komt van haar bijzondere nestgedrag: ze schraapt kleine plukjes wolachtige haren van planten zoals ezelsoor, prikneus of zwarte toorts. Daarmee bekleedt ze de binnenkant van haar nestcellen, zodat haar eitjes veilig en warm liggen. Wolbijen leven solitair, wat betekent dat elk vrouwtje haar eigen nest maakt.

Hoe herken je een wolbij?

Voor nectar en stuifmeel gaat ze vooral naar lipbloemigen en vlinderbloemigen, zoals moerasandoorn, betonie, lavendel en kattenkruid. Met haar lange tong kan ze bij nectar die diep in de bloem zit. Voor mensen is ze ongevaarlijk: een wolbij steekt vrijwel nooit.

Wijze van nestelen

De wolbij maakt haar nest in een bestaande holte: in een bijenhotel, een kier in het metselwerk, een bloempot of zelfs een groot sleutelgat. Vaak neemt ze een verlaten nest van een andere bij over. Elke cel wordt zorgvuldig bekleed met de verzamelde plantenwol en gevuld met een mengsel van stuifmeel en nectar. Daarna legt ze één eitje per cel en sluit het compartiment netjes af. Je ziet de volwassen bijen van mei tot begin september, het meest in juni en juli. Ze leven ongeveer 80 dagen. De rest van het jaar zit de volgende generatie als eitje, larve en pop in het nest. De larve overwintert in haar warme, wollige cel en verpopt zich in het voorjaar.

Help de wolbij in je tuin

Plant ezelsoor, prikneus of zwarte toorts: daar haalt het vrouwtje haar wol vandaan. Zet er lipbloemen bij, zoals betonie of kattenkruid, op een plek met minstens vijf uur zon op een zomerdag. Laat kieren in muren en oude bloempotten met rust, want dat zijn nestplekken. Meer tips voor een bijvriendelijke tuin vind je bij Plant zelf.

(Beeld: Pieter van Breugel)