Pluimvoetbij

Pluimvoetbij

De pluimvoetbij is een opvallende verschijning in de lente en zomer. Met haar dikke, pluimachtige beharing aan de poten verzamelt ze stuifmeel alsof het een donsdeken is. Ze is rustig, vriendelijk en nuttig voor de natuur.

Grootte van de Pluimvoetbij

De pluimvoetbij is middelgroot vergeleken met andere solitaire bijen. Het vrouwtje wordt ongeveer 1 tot 1,5 centimeter lang. Mannetje en vrouwtje zijn ongeveer even groot. Door haar compacte bouw en dichte beharing lijkt ze vaak groter dan ze werkelijk is.

Verschil mannetje en vrouwtje

Het vrouwtje is goed te herkennen aan haar opvallende pluimvormige haren op de achterpoten. Hiermee verzamelt en vervoert ze stuifmeel. Het mannetje heeft die pluimen niet; hij heeft slankere poten en is vaak lichter behaard. Mannetjes vliegen bovendien eerder in het seizoen dan de vrouwtjes.

Omschrijving

De pluimvoetbij heeft een lichtbruine tot oranje vacht en een vrij gedrongen lijf. Haar naam dankt ze aan de lange, gele borstels op de achterpoten van het vrouwtje, die als pluimen uitsteken. Ze is een solitaire bij, wat betekent dat elk vrouwtje haar eigen nest maakt en verzorgt. Ze hoort bij de familie Melittidae en komt in heel Nederland voor, het minst in de weidegebieden. Het gaat goed met deze soort: de pluimvoetbij is algemeen en niet bedreigd. Ondanks haar drukke werk is ze zachtaardig en steekt ze niet snel.

Hoe herken je een pluimvoetbij?

Je herkent de pluimvoetbij aan de dikke, harige poten van het vrouwtje, vol stuifmeel wanneer ze aan het verzamelen is. Ze vliegt vaak laag boven de grond en bezoekt graag bloemen van wilg, paardenbloem, boterbloem en pinksterbloem. Haar trage, geconcentreerde vliegwijze maakt haar makkelijk te volgen voor wie even wil observeren.

Wijze van nestelen

De pluimvoetbij nestelt meestal in zandige grond, tussen gras of in spleten van muren. Ze graaft een smalle gang die eindigt in meerdere nestcellen. Elke cel vult ze met een mengsel van stuifmeel en nectar, waar ze één eitje in legt. Na het sluiten van de cel gaat ze verder met de volgende. Op een zonnige dag vliegt een vrouwtje zes tot acht keer heen en weer, vooral ‘s ochtends, met haar pluimen vol stuifmeel. De jongen overwinteren in het nest en komen pas het volgende voorjaar tevoorschijn.

Zo help je de pluimvoetbij

De pluimvoetbij heeft twee dingen nodig: kale zandgrond om in te graven en gele bloemen om stuifmeel van te halen. Allebei kun je in je eigen tuin of straat regelen.

  • Laat een zonnig stukje zand onbegroeid. Een zandpad, een open plek in de border of de voegen tussen je tegels zijn al genoeg om te nestelen.
  • Laat in de zomer gele composieten bloeien, zoals biggenkruid, streepzaad en leeuwentand. Die komen vaak vanzelf op in een gazon dat je minder vaak maait.
  • Maai niet alles tegelijk. Laat van juni tot en met augustus een deel staan, dan is er de hele vliegtijd voedsel.
  • Gebruik geen gif in je tuin. Wat je op bloemen en grond spuit, komt via het stuifmeel in de nestcellen terecht.

“Als er een bloeiende plant is, dan beloof ik je, er komt een wilde bij,” zegt Sonne Copijn, oprichter van Bee Foundation. Wil je je tuin stap voor stap bijvriendelijker maken? In de online cursus Jouw Bijentuin leer je dat in acht weken, met twee Zoom-sessies.