Langhoornbij

Langhoornbij

Zie je in mei of juni een bij met voelsprieten die bijna zo lang zijn als haar hele lijf, dan kijk je naar een mannetje langhoornbij. Die kans krijg je niet vaak meer. In Nederland is de langhoornbij ernstig bedreigd en vliegt ze vooral nog in Zuid-Limburg. Deze solitaire bij leeft in bloemrijke graslanden, bermen en bosranden, en is daar een waardevolle bestuiver.

Grootte van de Langhoornbij

De langhoornbij is een grote bij. Vrouwtjes worden 13 tot 15 millimeter lang, mannetjes 12 tot 15 millimeter. Hun dichte beharing beschermt ze tegen kou en wind, waardoor ze ook bij minder warm weer actief blijven.

Verschil mannetje en vrouwtje

Mannetje en vrouwtje zijn goed uit elkaar te houden. Het mannetje heeft extreem lange antennes en een slanker lichaam. Het vrouwtje heeft korte antennes, een forser postuur en stevige achterpoten met borstels om stuifmeel te verzamelen. Mannetjes vliegen vaak speurend boven de bloemen om een vrouwtje te vinden.

Omschrijving

De langhoornbij heeft een behaard, geelbruin tot zwart lijf met lichte banden op het achterlijf. Ze behoort tot de familie van de bijen en hommels (Apidae). In Nederland leven twee soorten langhoornbijen: de gewone langhoornbij (Eucera longicornis) en de zeldzame zuidelijke langhoornbij (Eucera nigrescens). Deze pagina gaat over de gewone langhoornbij. Ook haar wetenschappelijke naam verwijst naar de antennes: longicornis betekent “lange hoorn”. De soort is solitair: elk vrouwtje zorgt zelf voor haar nest en nakomelingen. Langhoornbijen vliegen in het late voorjaar en de zomer, van mei tot begin augustus.

Hoe herken je een langhoornbij?

Een mannetje herken je meteen aan zijn antennes. Mannetjes en vrouwtjes vallen allebei op door hun trage, wiegende vliegwijze. Ze bezoeken vooral vlinderbloemigen, zoals rode klaver, vogelwikke, veldlathyrus en rolklaver. Vaak zie je ze met hun kop diep in de bloem verdwenen. Hun rustige karakter maakt ze makkelijk te observeren. De gewone langhoornbij lijkt sterk op de zuidelijke langhoornbij, die alleen rond Maastricht is gezien. Het verschil tussen de twee zie je pas met een loep.

Waar zie je de langhoornbij?

In Nederland zijn nog vier gebieden bekend waar de langhoornbij vliegt: Zuid-Limburg, de stuwwal bij Berg en Dal, Thorn en Texel. Buiten die plekken is ze zeer zeldzaam.

Wijze van nestelen

De langhoornbij nestelt in zandige of lemige grond, op zonnige plekken met weinig begroeiing. Vaak graven meerdere vrouwtjes vlak bij elkaar, zodat er een kleine kolonie ontstaat. Elk vrouwtje graaft een smalle gang met een paar eivormige nestcellen, die rechtop in de grond staan. Ze vult elke cel met een mengsel van nectar en stuifmeel, legt er één eitje op en sluit de cel af met een deksel van leem. Daarna ziet ze haar jongen nooit meer. Het jong groeit in de cel op en komt de volgende lente als bij boven de grond.

Ook een ander insect heeft het op die nesten gemunt: de grote wespbij. Deze koekoeksbij legt haar eitje in de cel van de langhoornbij, en haar larve eet de voedselvoorraad op.

Zo help je de langhoornbij

Woon je in de buurt van een van deze plekken, dan telt elke plek met klaver en wikke, want een solitaire bij vliegt maar een paar honderd meter van haar nest. Zaai ze in je tuin of op je balkon, en laat bermen en graslanden in mei en juni bloeien in plaats van ze dan te maaien. Zie je een langhoornbij, geef je waarneming dan door via waarneming.nl. Zo weten onderzoekers waar ze nog vliegt.

(Beeld: Pieter van Breugel)