Behangersbij
Behangersbij
De behangersbij is een echte vakvrouw in de insectenwereld. Met haar kaken knipt ze keurige stukjes uit bladeren, en daarmee behangt ze de kamertjes van haar nest. Behangersbijen (Megachile) zijn wilde, solitaire bijen: elk vrouwtje is haar eigen koningin en bouwt alleen haar nest. Zie je in de zomer halfronde gaatjes in je rozenstruik, dan is zij waarschijnlijk langs geweest.
Welke behangersbijen zie je in Nederland?
In Nederland komen 13 soorten behangersbijen voor. Twee soorten die je vaak in tuinen tegenkomt zijn de tuinbladsnijder en de grote bladsnijder. De tuinbladsnijder is 9 tot 12 millimeter lang, de grote bladsnijder 12 tot 16 millimeter. Het vrouwtje is steeds iets groter en steviger dan het mannetje. Door haar harige borst en glanzend achterlijf is ze goed te herkennen.
Verschil mannetje en vrouwtje
Het vrouwtje draagt stuifmeel niet aan haar poten, zoals een honingbij, maar op haar buik. Daar zit een dichte borstel van haren: de buikschuier. Bij de tuinbladsnijder is die fel roodoranje, bij de grote bladsnijder roodbruin. Mannetjes zijn lichter behaard. Het mannetje van de grote bladsnijder herken je aan zijn verbrede, witte voorpoten en zijn forse kop met dikke, zwarte kaken. Tijdens de bloei van bijvoorbeeld rozen en klaver zie je mannetjes vaak rondvliegen, wachtend tot een vrouwtje verschijnt.
Omschrijving
De behangersbij hoort bij de familie Megachilidae, net als de metselbijen. Haar naam zegt het al: ze gebruikt stukjes blad om de wanden van haar nestcellen te bekleden. Met haar stevige kaken knipt ze ovale stukjes uit bladeren van planten zoals roos, sering of berk, en soms gebruikt ze bloemblaadjes. Deze stukjes transporteert ze vliegend naar haar nest; een knap staaltje insectenbouwkunst.
Hoe herken je een behangersbij?
Het makkelijkst herken je een behangersbij aan haar werk. Aan de rand van bladeren, vooral van rozen, zie je gladde, halfronde happen. De ovale stukjes gebruikt ze voor de wanden van haar nest, de ronde als deksel. Je ziet haar zelf van mei tot en met augustus, het vaakst in juni en juli. Ze bezoekt graag bloemen van klaver, margriet, lavendel en distel, en vlinderbloemigen zoals rolklaver. Ondanks haar drukke werk is ze zachtaardig: ze steekt alleen als je haar vastpakt.
Zo help jij de behangersbij
Een behangersbij heeft bloemen nodig en een plek om te nestelen. Zaai klaver of rolklaver en laat distels en knoopkruid staan. Hang een bijenhotel op met gangen van ongeveer 7 millimeter doorsnee, of laat holle stengels de winter over staan: daar kunnen larven in zitten. En zie je gaatjes in je rozenblad? Dan weet je dat er een wilde bij in je tuin woont. In de online cursus Jouw Bijentuin leer je hoe jouw tuin of balkon een thuis wordt voor wilde bijen.
Wijze van nestelen
De behangersbij maakt haar nest in holle stengels, scheuren in hout of in een bijenhotel. Daar vormt ze een rij cellen die ze bekleedt met bladstukken. In elke cel legt ze een eitje op een bedje van stuifmeel en nectar. Daarna sluit ze de cel zorgvuldig af met nog een laagje blad. Netjes, als een echte behanger. De larven ontwikkelen zich in het nest en komen het volgende voorjaar tevoorschijn.
(Beeld: Pieter van Breugel)